Strumming patterns voor gitaristen
Gitaarles
Redactie Online Muziek Cursus
Gitaarles
09/09/2015
2 min
0

Strumming patterns voor gitaristen

09/09/2015
2 min
0

Je kent een paar akkoorden, je kunt wisselen zonder al te veel haperen, en toch klinkt het nog niet als het liedje dat je in je hoofd hebt. Grote kans dat het aan je rechterhand ligt. Strumming patterns, vaste slagpatronen van neer- en opslagen, zijn wat een rijtje akkoorden verandert in muziek. In dit artikel leer je hoe ze werken en krijg je zes patronen om direct mee te oefenen.

Zware en lichte maatdelen

Goed ritmegitaarspel begint met het besef dat niet elke tel even zwaar is. Door bepaalde maatdelen te accentueren en andere juist licht te spelen, krijgt je begeleiding groove. Maatdelen met een zwaar accent krijgen een hoofdaccent (>), maatdelen met een lichter accent een nevenaccent (-). In een vierkwartsmaat ziet dat er bijvoorbeeld zo uit: 1(>) – 2 – 3(-) – 4.

Accenten in de maat

Neerslagen en opslagen

Alle patronen zijn opgebouwd uit twee bewegingen: de neerwaartse slag (van de dikke naar de dunne snaren) en de opwaartse slag (terug omhoog). De beweging komt uit een losse pols, niet uit je hele arm. Belangrijkste tip voor beginners: laat je hand ook tijdens rusten gewoon doorzwaaien in het ritme, als een pendel. Zo blijft je timing strak en komt de volgende slag altijd op tijd. Speel met of zonder plectrum, wat jou het beste ligt.

Zes strumming patterns om te oefenen

Hieronder staan zes patronen, oplopend in moeilijkheid. Benoem in het begin hardop wat je doet (NEER – OP – NEER…), dat helpt echt. Pak één akkoord dat je goed kent, bijvoorbeeld E-mineur, en draai elk patroon net zo lang tot je er niet meer over na hoeft te denken.

Pattern 1: NEER – OP – NEER – OP – NEER – OP – NEER – OP (tel: 1ne 2je 3je 4re)

Strumming pattern 1

Pattern 2: NEER – NEER – OP – NEER – OP – NEER – OP (tel: 1 2je 3je 4re)

Strumming pattern 2

Pattern 3: NEER – NEER – OP – NEER – NEER (tel: 1 2je 3 4)

Strumming pattern 3

Pattern 4: NEER – OP – NEER – OP – NEER (tel: 1ne 2je 3)

Strumming pattern 4

Pattern 5: NEER – NEER – OP – OP – NEER (tel: 1 2je je 4)

Strumming pattern 5

Pattern 6: NEER – OP – NEER – NEER – OP (tel: 1ne 2 3je)

Strumming pattern 6

Elk patroon geeft een liedje een ander karakter. Experimenteer dus: probeer bij een nummer dat je aan het leren bent verschillende patronen uit en luister welke het beste past. Vaak herken je het juiste patroon door goed naar het origineel te luisteren.

Oefenen met de metronoom

De valkuil bij strumming is versnellen zodra het lukt en vertragen zodra het spannend wordt. De metronoom houdt je eerlijk. Begin traag, rond de 60 tikken per minuut, en voer het tempo pas op wanneer een patroon foutloos en ontspannen gaat. Van langzaam naar snel is echt de kortste route, hoe onlogisch dat ook voelt.

Metronoom

Dempen en dynamiek

Klinken je patronen goed, dan maak je ze interessanter met dynamiek. De bekendste techniek is de palm mute: leg de zijkant van je rechterhandpalm licht op de snaren vlak bij de brug terwijl je slaat. Je krijgt dan een gedempt, percussief geluid dat prachtig contrasteert met open slagen. Veel nummers gebruiken precies dat contrast: coupletten gedempt en ingetogen, refreinen open en vol. Speel ook eens bewust zachter en harder met hetzelfde patroon; een refrein dat net wat steviger wordt aangezet, tilt een heel liedje op zonder dat er één noot verandert.

Zo herken je het pattern van een liedje

Wil je een nummer naspelen, luister dan gericht naar de ritmegitaar of, als die er niet duidelijk uitkomt, naar de hi-hat van de drummer: die tikt meestal hetzelfde onderliggende ritme. Tel hardop mee (1ne 2je 3je 4re) en noteer per telmoment of je een neer- of opslag hoort. Vergelijk je notitie daarna met de zes patronen uit dit artikel; negen van de tien keer herken je er een, of een kleine variatie erop. Dit luisteren is even wennen, maar het is precies de vaardigheid waarmee je uiteindelijk elk nummer zelf kunt uitzoeken.

Van patronen naar echte liedjes

Strumming patterns zijn de motor van honderden popliedjes: met de zes patronen hierboven kun je al een verrassend groot deel van het repertoire begeleiden. Wil je dit stap voor stap leren, met video's waarin je elke slag precies ziet en hoort? In onze online gitaarles komen ritme, akkoorden en liedbegeleiding uitgebreid aan bod. Liever met je vingers tokkelen dan slaan? Bekijk dan ook eens de cursus fingerpicking. En voor de akkoorden zelf hebben we een compleet naslagwerk met gitaarakkoorden.

Veel speelplezier!

Reacties
Categorieën