In het ritme leren spelen voor pianisten
Pianoles
Redactie Online Muziek Cursus
Pianoles
09/24/2015
1 min
0

In het ritme leren spelen voor pianisten

09/24/2015
1 min
0

Wie piano leert spelen, moet veel ballen tegelijk in de lucht houden: noten lezen, vingerzettingen, houding, en je linker- en rechterhand die allebei iets anders doen. In al dat geweld schiet één ding er bij veel beginners bij in, en dat is nou net het ding dat een lied herkenbaar maakt: het ritme. Speel je de juiste noten in het verkeerde ritme, dan hoort niemand welk lied het is. Andersom, klop je het ritme van een lied op tafel, dan raden mensen het vaak al. Zo belangrijk is ritme. Gelukkig kun je het trainen, en in dit artikel lees je precies hoe.

Ritme leren spelen voor pianisten

Begin met luisteren

Ritmegevoel begint niet achter de piano maar in je oren. Luister eerst een paar keer goed naar de originele versie van het lied dat je wilt leren. Stamp of tik mee op de tel. Door fysiek te voelen waar de accenten vallen, ga je ze vanzelf herkennen, en wat je kunt voelen, kun je straks ook spelen. Dit klinkt bijna te simpel om waar te zijn, maar het is de basis waar elke ritmisch sterke pianist op bouwt.

Klap het ritme voordat je het speelt

De grootste fout die je kunt maken is meteen met beide handen willen spelen terwijl het ritme nog niet in je systeem zit. Doe het omgekeerde: haal het ritme eerst los van de toetsen. Zo pak je dat aan:

Klap of tik het ritme van één maat, en tel er hardop bij. Lukt die maat, plak er dan de volgende aan vast, tot je een hele regel hebt. Heeft het lied een tekst, spreek of zing die dan mee terwijl je klapt: tekst en ritme zijn in een lied onlosmakelijk verbonden, en de woorden trekken je als vanzelf door de ritmische figuren heen. Je kunt zelfs een eigen spreektekst verzinnen op een lastig ritme. Hoe gekker de zin, hoe beter hij blijft hangen.

Van hardop tellen naar voelen

Zit het ritme in je hoofd, dan pas ga je naar de piano. Ook daar bouw je het op: speel eerst mee terwijl je hardop telt, daarna terwijl je zachtjes in je hoofd telt. Uiteindelijk merk je dat het tellen vanzelf verdwijnt en dat je het ritme gewoon vóélt. Dat is het moment waarop een stuk echt gaat leven. Forceer die laatste stap niet; hij komt vanzelf wanneer de vorige stappen goed zitten.

Oefenen met de metronoom

De metronoom is het eerlijkste oefenmaatje dat er bestaat. Vrijwel iedereen versnelt onbewust bij makkelijke passages en vertraagt bij moeilijke; de metronoom laat het genadeloos horen. Stel hem eerst ruim onder het eindtempo in en speel het stuk in een gelijkmatig tempo helemaal uit. Gaat dat foutloos, dan mag het tempo een stapje omhoog. Heb je geen metronoom in huis? Elke telefoon heeft er tegenwoordig gratis apps voor, en online metronomen werken net zo goed.

Veelgemaakte ritmefouten

Drie dingen zien we beginnende pianisten steeds doen. Eén: stoppen bij elk foutje en de maat opnieuw beginnen, waardoor het lied nooit gaat stromen. Speel liever door en pak de fout de volgende ronde aan. Twee: moeilijke stukjes in een lager tempo spelen dan de rest, waardoor het lied uit zijn verband raakt. Kies één tempo dat ook in de moeilijkste maat haalbaar is. Drie: rusten inslikken. Een rust is óók ritme; tel hem net zo serieus als een noot.

Handen apart, dan samen

Op de piano komt er een extra uitdaging bij die gitaristen en drummers niet kennen: je twee handen spelen elk hun eigen ritme. De gouden regel is dezelfde als bij het klappen: haal het uit elkaar. Oefen eerst de rechterhand tot die vloeiend gaat, dan de linkerhand, en pas dan samen, in een tempo dat ruim lager ligt dan wat elke hand apart aankan. Voelt het samenspelen als schakelen zonder koppeling, dan was het tempo te hoog; niets ergs, gewoon een stap terug. Juist bij stukken waar de linkerhand lange noten speelt onder een bewegende rechterhand is dit de enige route die echt werkt.

Lastige ritmes: gepuncteerde noten en triolen

Twee ritmefiguren verdienen extra aandacht omdat vrijwel iedereen erover struikelt. De gepuncteerde noot (een noot met een puntje erachter) duurt anderhalf keer zo lang; het bekende "taa-ta"-gevoel van veel volksliedjes. Spreek zo'n figuur uit voordat je hem speelt: "lang-kort, lang-kort". De triool verdeelt één tel in drie gelijke stukjes in plaats van twee. Het woord "o-li-fant" op één tel is een klassiek hulpmiddel dat gewoon werkt. Kom je zo'n figuur tegen in een stuk, isoleer dan die ene maat, klap hem met het hulpwoord erbij, en zet hem daarna pas terug in zijn context.

Ritme leren met echte lessen

Ritmegevoel groeit het snelst met goede begeleiding en de juiste oefenstof. In onze online pianoles leer je vanaf de eerste les in de maat spelen, met video's waarin je het ritme ziet én hoort, en oefeningen die stap voor stap moeilijker worden. Wil je eerst nog wat meer lezen? Bekijk dan onze pianotips voor beginners of oefen alvast met simpele popliedjes voor op de piano.

Veel oefenplezier, en onthoud: eerst voelen, dan spelen!

Reacties
Categorieën