Beide handen samen spelen op piano: zo leer je het
Pianoles
Redactie Online Muziek Cursus
Pianoles
06/30/2014
1 min
0

Beide handen samen spelen op piano: zo leer je het

06/30/2014
1 min
0

Begin met je handen apart, maak daarna de linkerhand tijdelijk eenvoudiger (bijvoorbeeld alleen de grondtoon op tel 1) en speel pas dan beide handen samen, op een laag tempo met een metronoom. Hieronder lees je waarom samenspel zo lastig voelt, welke concrete oefeningen helpen en hoe je dat in vier weken opbouwt van losse handen naar samenspel.

Kort samengevat:

  • Knip het stuk in fragmenten van twee tot vier maten en kies vooraf een vaste vingerzetting.
  • Vereenvoudig de linkerhand eerst: grondtoon, dan grondtoon en kwint, dan pas de volledige partij.
  • Verhoog het tempo met kleine stappen, en pas nadat je een fragment twee keer foutloos achter elkaar hebt gespeeld.
  • Luister eerst een paar keer naar het stuk, zodat je weet hoe bas en melodie samen moeten klinken.

Waarom samenspel met twee handen zo lastig aanvoelt

Elke hand apart kunnen spelen is nog geen garantie dat het samen lukt. Bij tweehandig spelen moeten je handen tegelijk iets anders doen: de rechterhand speelt bijvoorbeeld een melodie met korte noten, terwijl de linkerhand lange basnoten aanhoudt. Je hersenen moeten die twee bewegingen leren combineren tot één nieuw patroon. Daarom voelt het de eerste keer alsof je opnieuw begint, ook al kun je beide partijen apart al foutloos spelen.

Bij de meeste beginners is de linkerhand de zwakste schakel. Die is minder getraind, en zodra de rechterhand de melodie inzet, gaat je aandacht daarheen. De linkerhand gaat dan haperen, versnellen of meebewegen met het ritme van de rechterhand.

Luisteren helpt. Als je goed weet hoe bas en melodie samen klinken, hoor je meteen wanneer iets niet klopt. Luister dus eerst een paar keer naar het stuk voordat je gaat oefenen.

Behandel samenspel daarom als een vaardigheid die je apart traint, niet als iets dat vanzelf komt zodra je elke hand maar lang genoeg oefent.

Check eerst deze basisprincipes

Voordat je aan het oefenschema begint, lonen een paar snelle controles. Ze kosten weinig tijd, maar bepalen hoeveel vooruitgang je boekt.

  • Houd je pols ontspannen en laat je vingers het werk doen, niet je onderarm.
  • Kies voor elke hand een vaste vingerzetting en schrijf die bij lastige plekken in je bladmuziek.
  • Verdeel het stuk in stukjes van twee tot vier maten en kijk per stukje waar de handen precies tegelijk een toets aanslaan.

Zo voorkom je dat je een verkeerde beweging inslijpt die je later weer moet afleren.

Concrete oefeningen om vandaag te starten

Deze oefeningen gaan uit van de C-positie: rechterhand met de duim op de middelste C (vingers 1 tot en met 5 op C, D, E, F, G), linkerhand met de pink op de C een octaaf lager (vingers 5 tot en met 1 op C, D, E, F, G).

  1. Melodie met lange bas: speel met rechts in vierkwartsmaat C-D-E-F | G-F-E-D | C (vier tellen) in kwartnoten, terwijl links op tel 1 van elke maat de C aanslaat en vier tellen aanhoudt.
  2. Grondtoon en kwint: dezelfde melodie, maar links speel je nu C en G tegelijk (vinger 5 en 1). Dat klinkt al als een echte begeleiding.
  3. Parallelle beweging: speel C-D-E-F-G met beide handen tegelijk, in dezelfde richting. Rechts gebruik je 1-2-3-4-5, links 5-4-3-2-1. Juist omdat de vingernummers verschillen, is dit een goede coördinatietest.
  4. Tegenbeweging: leg beide duimen op een C, rechts op de middelste C en links op de C een octaaf lager. Speel rechts omhoog (C-D-E-F-G) en links tegelijk omlaag (C-B-A-G-F), beide met de vingers 1-2-3-4-5. Omdat de vingernummers nu gelijk zijn, voelt dit vaak makkelijker dan de parallelle beweging.

Gebruik voor elke oefening dezelfde volgorde: eerst apart, dan samen heel traag, dan samen op een rustig tempo.

Het 4-wekenschema: van apart naar samen

Dit schema brengt je bij een eenvoudig beginnersstuk stap voor stap van losse handen naar samenspel. Elke week heeft een duidelijk doel, zodat je weet wanneer je verder kunt.

  1. Week 1, handen apart: speel fragmenten van vier maten per hand foutloos op 50 tot 60 slagen per minuut. Warm op met de vijftonenoefeningen hierboven, per hand.
  2. Week 2, vereenvoudigde linkerhand: speel de melodie rechts en laat links alleen de grondtoon op tel 1 horen. Lukt dat, maak de linkerhand dan stap voor stap completer.
  3. Week 3, samen op laag tempo: speel korte fragmenten volledig samen op 50 tot 60 slagen per minuut, met de nadruk op een stabiele maat.
  4. Week 4, tempo opbouwen: verhoog in kleine stappen naar het uiteindelijke tempo en voeg dynamiek toe, bijvoorbeeld een zachtere linkerhand onder de melodie.

Gaat het sneller, prima. Duurt een stap langer, dan blijf je er gewoon een week langer op. Het doel is dat elke stap stabiel zit voordat je verder gaat, niet dat je het schema afvinkt.

Pro-tip: Ga pas naar een hoger tempo als je een fragment twee keer achter elkaar foutloos hebt gespeeld.

Dagelijkse routine en metronoomstrategie

Een oefensessie van twintig tot dertig minuten is voor de meeste beginners ruim voldoende: vijf minuten opwarmen, tien minuten aan één lastig fragment werken en de rest van de tijd fragmenten aan elkaar rijgen.

  • Start de metronoom op 50 tot 60 slagen per minuut en verhoog in stappen van ongeveer 4 tot 8 slagen.
  • Speel alleen sneller als je het fragment twee keer achter elkaar foutloos speelt.
  • Loop je vast, speel het lastige stuk dan op halve snelheid tot het weer soepel gaat.

Meer voorbeelden van complete oefensessies vind je in ons piano oefenschema, en wil je specifiek aan je timing werken, lees dan in het ritme leren spelen voor pianisten.

Veelgemaakte fouten en snelle oplossingen

De meeste vastlopers bij tweehandig spelen komen terug op een paar herkenbare patronen.

  • Te grote tempo-sprong: halveer het tempo en oefen in stukjes van één maat tot het weer vloeiend gaat.
  • Linkerhand verliest het ritme: maak de linkerhand tijdelijk eenvoudiger, bijvoorbeeld alleen de grondtoon op tel 1, en tel hardop mee.
  • Handen slaan niet precies tegelijk aan: oefen alleen de momenten waarop beide handen samen een toets aanslaan, en sla de noten ertussen even over.
  • Spierspanning in pols of onderarm: neem een korte pauze, schud je handen los en begin opnieuw op een lager tempo.

Pro-tip: Leg bij twijfel eerst het tempo terug voordat je iets nieuws toevoegt: snelheid lost geen coördinatieprobleem op.

Meer algemene adviezen voor je eerste maanden achter de piano lees je in onze piano tips voor beginners.

Hoe onze online pianocursus je verder op weg helpt

Wil je niet zelf uitzoeken welk stuk en welke oefening op welk moment past? In onze online pianoles leer je met videolessen stap voor stap spelen, met printbare oefenschema's bij de lessen. Bij iedere video kun je onbeperkt vragen stellen aan de docent als het samenspel nog niet lukt, en je houdt levenslang toegang, zodat je in je eigen tempo kunt oefenen.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst elke hand apart oefenen?

Ja. Speel elke hand apart tot die partij foutloos en in een rustig tempo lukt. Daarna combineer je ze, eerst met een vereenvoudigde linkerhand en op een laag tempo.

Waarom gaat mijn linkerhand steeds fout als ik beide handen samen speel?

De linkerhand is bij de meeste beginners minder getraind, en je aandacht gaat vanzelf naar de melodie in de rechterhand. Maak de linkerhand tijdelijk eenvoudiger, tel hardop mee en bouw de partij stap voor stap weer op.

Hoe zet je je vingers op de piano?

Houd je vingers licht gebogen, alsof je een balletje vasthoudt, en speel met de toppen. Bij beginnersstukken staat de vingerzetting meestal boven of onder de noten; houd je daar consequent aan, zodat je later geen verkeerde beweging hoeft af te leren.

Hoe lang duurt het om beide handen goed samen te laten spelen?

Dat verschilt per leerling en per stuk. Voor een eenvoudig beginnersstuk is een opbouw van een paar weken, van apart oefenen naar samenspel op tempo, een realistisch startpunt. Moeilijkere stukken vragen meer tijd, maar de aanpak blijft hetzelfde.

Reacties
Categorieën